Wel of geen voorziening? De reikwijdte van de zorgplicht van de accountant

Is de (controlerend) accountant verplicht om een voorziening op te nemen voor een claim van een derde? En heeft de accountant – bij ontbreken daarvan – gehandeld in strijd met zijn/haar zorgplicht, door de jaarrekening goed te keuren?

Dat is een vraag die aan de orde kwam in het arrest van de Hoge Raad van 4 februari 2022. In het arrest van de Hoge Raad werd het beroep verworpen. Wat was er aan de hand?

Feiten

Welsec en Welgelegen waren twee vennootschappen, waarvan de aandelen werden gehouden door een holding. De vennootschappen hielden zich bezig met o.a. onderhouds- en reparatiewerkzaamheden aan schepen. Al medio 1992 werden de vennootschappen door de Staat der Nederlanden aansprakelijk gesteld voor de saneringsschade als gevolg van vervuiling. Uiteindelijk werden de vennootschappen medio 2003 door de Staat der Nederlanden gedagvaard voor de rechtbank. Medio 2005 veroordeelt de rechtbank de vennootschappen tot betaling van de schade. De vennootschappen zijn in hoger beroep gegaan tegen dit vonnis. 

Medio 2003 is aan de holding een dividend uitgekeerd ter grote van het saldo ‘overige reserve’ en het toenmalige bedrijfsresultaat, bij elkaar ruim 1,5 miljoen euro. Daarmee verdampte het eigen vermogen tot een bedrag van ruim 18.000 euro. In de daaropvolgende jaren 2005 t/m 2009 werd ook steeds dividend uitgekeerd, variërend van circa 88.000 euro tot circa 679.000 euro. 

De toenmalige accountant was ‘controlerend accountant’ in de jaren 2000 t/m 2009 en was uit dien hoofde betrokken bij de jaarrekeningen.  In de jaarrekening van 2005 werd in een paragraaf ‘niet uit de belang blijkende verplichtingen’ melding gemaakt van de claim van de Staat der Nederlanden. In de balansen over de jaren 2006 t/m 2009 staat in de paragraaf ‘niet uit de balans blijkende verplichtingen’ onder andere: “De vennootschap is door de rechtbank veroordeeld tot betaling van een bedrag ad € 1.300.000,- Tegen dit vonnis is hoger beroep ingesteld bij het Hof. Ten tijde van het opstellen van de jaarrekening (…) heeft het Hof nog geen arrest gewezen. De uitkomst is derhalve nog niet bekend. Omdat de omvang van de mogelijke verplichting niet op verantwoorde wijze en met voldoende betrouwbaarheid kan worden ingeschat, is in de jaarrekening (…) geen voorziening getroffen.

In een z.g. lawyers letter van de advocaat van de vennootschappen en de holding stond gaandeweg de jaren een verwachting over de uitkomst van de lopende procedure in hoger beroep. Daarover werd steeds de verwachting uitgesproken – kort samengevat – dat de claim teruggebracht zou worden, maar dat onzeker was hoever.

Medio 2011 werd in hoger beroep uitspraak gedaan. De claim van de staat werd teruggebracht tot 1,2 miljoen euro. 

Op 31 januari 2012 zijn de vennootschappen op eigen verzoek failliet verklaart. 

Claim curator

Nadien heeft de curator de controlerend accountant aansprakelijk gehouden wegens onrechtmatig handelen. Volgens de curator had de accountant moeten kenbaar maken dat twijfel was over de juistheid van de continuïteitsveronderstelling en de invloed ervan op het eigen vermogen van (met name) Welsec. Verder zouden geen controle maatregelen genomen zijn noch waarschuwingen gegeven zijn die mochten worden gevergd van de accountant, ter voorkoming van acute continuïteitsprolemen als gevolg van de claim van de Staat der Nederlanden. 

oordeel rechtbank

De rechtbank heeft de accountant verweten dat geen voorziening was opgenomen in de jaren 2005 – 2009. De accountant had i.i.g. moeten adviseren om een voorziening op te nemen en daarom een goedkeuring moeten onthouden. De jaarrekeningen gaven immers geen getrouw beeld van de vermogenspositie, aldus de rechtbank. Niettemin wees de rechtbank de vordering van de curator alsnog af, omdat er geen oorzakelijk verband was tussen de schade en het handelen van de accountant. 

oordeel gerechtshof

In hoger beroep heeft het gerechtshof Arnhem – Leeuwarden de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Volgens het  gerechtshof had de accountant kunnen oordelen dat het opnemen van een voorziening in de jaarrekeningen van Welsec over de boekjaren 2005 tot en met 2009 niet aan de orde kon zijn. De accountant kon volstaan met het opnemen van de vordering van de Staat op Welsec bij de “Niet in de balans opgenomen verplichtingen”. Zij hoefde haar goedkeuring aan de jaarrekeningen dan ook niet te onthouden. Het gerechtshof toetste daarbij op drie cumulatieve eisen uit de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving (RJ 252.201), voor het opnemen van een voorziening, namelijk:

  • (i) de rechtspersoon heeft een verplichting;
  • (ii) het is waarschijnlijk dat voor de afwikkeling van die verplichting een uitstroom van middelen noodzakelijk is; en
  • (iii) er kan een betrouwbare schatting worden gemaakt van de omvang van de verplichting.

Kern van de overwegingen van het gerechtshof zijn dat de accountant af mocht gaan op de informatie die zij verkregen had. Met name omdat er geen aanwijzingen waren dat de verkregen informatie onjuist zou zijn. En nog belangrijker, het gerechtshof overwoog dat de accountant niet verplicht was om zelf onderzoek te doen naar de kans van slagen in de rechtszaak tussen de vennootschappen en de Staat der Nederlanden. Het gerechtshof overwoog dat de accountant door het opnemen van de toelichting op de balans een goedkeurende verklaring moet verstrekken.  Te meer nu in de toelichting het bedrag van de veroordeling in de rechtszaak tussen de vennootschappen en de Staat der Nederlanden werd genoemd. Daarmee werd het vereiste inzicht gegeven.

Samenvatting

Het belang van deze uitspraak zit ‘m erin dat de Hoge Raad de uitspraak van het gerechtshof in stand gelaten heeft. Uit deze uitspraak kunnen we dus het volgende opmaken:

  • een controlerend accountant mag bij de uitvoering van zijn/haar controlerende taak afgaan op de informatie die zij verkrijgt van haar opdrachtgevers. Dat is anders indien er aanwijzingen zijn dat de informatie onjuist is.
  • een controlerend accountant is niet gehouden om te onderzoeken of een rechtszaak kans van slagen heeft.

Daarbij heeft wel te gelden dat in deze zaak sprake was van een z.g. lawyers letter. Als die er niet was geweest, is de vraag hoe het dan zou hebben uitgepakt.

Categories:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

misbruik van het recht op inzage heijink en meure advocaten Vissen naar (fraude)dossiers met de AVG? Nee!
De AVG is geen middel om te vissen naar bewijs voor straf- of tuchtrechtelijke procedures.