‘vergetelheid’ en zoekmachines

‘Vergetelheid’ en zoekmachines zijn een lastige combinatie. Want niets is zo vervelend als gemakkelijk doorzoekbare informatie; als dat schadelijke reclame is voor jouw onderneming.

Dat was – kort samengevat – het standpunt van een arts in een geschil met Google. Wat was er aan de hand?

Het recht op vergetelheid stond vorige maand weer centraal in een uitspraak van de Hoge Raad. Het ging in deze kwestie om een arts die tuchtrechtelijk veroordeeld was, vanwege gebrek aan zorg voor een patiënt. De naam van de arts werd nadien aangetroffen op websites van de Stichting Slachtoffers Iatrogene Nalatigheid Nederland (o.a. www.zwartelijstartsen.nl). Op deze websites werden onder meer namen van zorgverleners vermeld die in het BIG – register zijn opgenomen met een tuchtrechtelijke maatregel. 

Feiten

De betrokken arts heeft medio 2017 een verzoek gedaan aan Google om – kort samengevat – vergeten te worden. Dat verzoek werd afgewezen door Google. Daarop besloot de arts om een rechtszaak te starten om het recht op vergetelheid af te dwingen.

Het bezwaar van de arts zat in het feit dat Google’s zoekmachine bij de allereerste zoekresultaten verwijzingen naar de website van de hiervoor genoemde stichting vertoonde. Iemand die ‘googled’ naar de arts kreeg daarmee gelijk ‘hits’ met informatie dat  de arts op een officiële zwarte lijst zou staan. En dat met het gevolg dat de arts gemeden werd. Bovendien zouden er ook onjuistheden bij de vermelding op de website van de betrokken stichting staan. Bovendien toonde Google ook direct zoekresultaten uit het BIG register. (Het BIG register bevat gegevens van bepaalde beroepsgroepen in de zorg en ook tuchtrechtelijke veroordelingen). Tuchtrechtelijke veroordelingen worden alleen nog maar gepubliceerd in het BIG register als het tuchtcollege dat noodzakelijk vind. En dat is juist om onevenredige schade te voorkomen door naming and shaming. 

Google heeft zich op het standpunt gesteld dat het recht op vergetelheid niet tegen haar kan worden ingeroepen. In de eerste plaats omdat de gegevens op een rechtmatige wijze verwerkt werden en Google ook een gerechtvaardigd belang had bij de verwerking. Dat gerechtvaardigd belang zit in de vrijheid van meningsuiting en informatie zoals omschreven in artikel 17 lid 3 AVG. 

Procedure hoger beroep

In hoger beroep heeft het Gerechtshof Amsterdam het verzoek van de arts getoetst aan artikel 21 AVG. Op basis van dat artikel dient de rechter de belangen van de arts bij privacy en bescherming van persoonsgegevens af te wegen tegen het belang van Google (en derden) op vrije meningsuiting en informatievrijheid. 

Volgens het Gerechtshof Amsterdam dient deze belangenafweging in het voordeel van Google’s zoekmachine en derden uit te vallen. De belangrijkste argumenten van het Gerechtshof bij dit oordeel zijn de volgende:

  1. Het gaat niet om informatie die onnodig grievend is voor de arts
  2. De informatie heeft alleen betrekking op het handelen in de hoedanigheid van arts en betreft niet het privé leven. 
  3. De informatie is gelet op de zichtbaarheidstermijn van vijf jaar in het BIG register actueel.
  4. Bij de zoekresultaten worden ook positieve berichten over de arts getoond. 
  5. Het BIG register is ook niet eenvoudig te raadplegen en tuchtrechtelijke uitspraken zijn daarmee weinig toegankelijk. 
  6. Verder overweegt het Gerechtshof dat de doorsnee internetgebruiker wel begrijpt dat de website van de stichting geen ‘officiële website’ is. 
  7. Het Gerechtshof vindt de hinder die de arts ervaart door de zoekresultaten onvoldoende onderbouwd

Verder hecht het Gerechtshof ook waarde aan het feit dat potentiële patiënten veelal weinig behandelopties hebben. Het Gerechtshof overweegt:

“2.16 … Volgens [de arts: toevoeging AH] hebben haar (potentiële) patiënten veelal weinig behandelopties. Juist voor dergelijke patiënten acht het hof van groot belang dat online informatie beschikbaar en eenvoudig toegankelijk is over de voor- en nadelen van de behandelingen van [de arts: toevoeging AH] . Dat belang geeft voor het hof in de belangenafweging de doorslag.”

Procedure Hoge Raad

De Hoge Raad heeft de uitspraak van het Gerechtshof in stand gelaten. De arts had bij de Hoge Raad geklaagd over de beoordeling door het Gerechtshof Amsterfdam. Volgens de arts was beoordeeld op basis van een onjuiste maatstaf. Volgens de arts diende de persoonsgegevens verwijderd te worden op grond van artikel 10 AVG. Dat artikel is van toepassing indien sprake is van verwerking van strafrechtelijke gegevens. De verwerking van strafrechtelijke gegevens is aan strenge voorwaarden gebonden. Volgens de arts moest daarom alsnog het recht op vergetelheid gehonoreerd worden en dienden de zoekresultaten te worden verwijderd.

De Hoge Raad gaat voorbij aan dat argument. Het Gerechtshof Amsterdam had in haar uitspraak namelijk ook rekening gehouden met artikel 10 AVG. En dat was volgens de Hoge Raad daarom voldoende reden om het oordeel in stand te laten. Google hoefde de zoekresultaten dus niet te verwijderen.

Vragen over ICT recht of de privacy? Neem gerust vrijblijvend contact op met onze advocaten.

Categories:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Heijink & Meure advocaten | voorspelbare en transparante arbeidsvoorwaarden Wet transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden
Vanaf 1 augustus 2022 geldt de Wet transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden (WTVA). De WTVA is