transitievergoeding bij langdurige ziekte (HR update)

Sinds de Wet werk en Zekerheid betaalt de werkgever ook bij langdurige ziekte een transitievergoeding als het dienstverband eindigt. Om die reden ontstond sinds 2015 een trend om dienstverband per einde van 2 jaar wachttijd ‘slapend te houden’. Werknemers bleven op de loonlijst. Maar omdat de wachttijd van 104 weken was verstreken, was geen sprake meer van verplichte loondoorbetaling.

Xella – arrest

Op 8 november 2019 trok de Hoge Raad een streep door deze trend. In een uitspraak van 8 november 2019 overweegt de Hoge Raad dat de wetgever met de nieuwe Wet compensatieregeling transitievergoeding van 11 juli 2019 een einde wilde maken aan het verschijnsel ‘slapend dienstverband’. Was een werkgever verplicht tot betaling van een transitievergoeding bij langdurige ziekte? De Hoge Raad oordeelde:

dat een ‘slapend dienstverband’ in beginsel behoort te worden beëindigd als de werknemer dat wenst en de werkgever geen redelijk belang heeft bij voortduring daarvan. Die norm brengt tevens mee dat in dat geval in beginsel door de werkgever aan de werknemer een vergoeding behoort te worden toegekend.

Als een werkgever hier dus niet aan meewerkt, dan handelt de werkgever in strijdt met het z.g. ‘goed werkgeverschap’. Maar deze nieuwe ‘Xella norm’ riep sindsdien vragen op. Bijvoorbeeld vanaf wanneer werkgevers er rekening mee moesten houden dat zij moesten meewerken

Ontwikkelingen sinds 11 november 2022

Vrijdag 11 november deed de Hoge Raad twee belangrijke uitspraken over de gevolgen van de z.g. Xella norm. Vandaar een HR update. Deze update betreft beide beschikkingen.

Hierna nemen we de ESD beschikking door:

wat was er aan de hand

Een werknemer van ESD was sinds 1985 in dienst. In 2014 raakte de werknemer volledig arbeidsongeschikt. Re-integratie behoorde niet meer tot de mogelijkheden. Sinds 25 juni 2016 eindigde de wettelijke loonbetalingsverplichting. Het dienstverband eindigde niet, maar werd slapend gehouden. Op 23 januari 2017 verzocht de werknemer aan ESD om zijn arbeidsovereenkomst te beëindigen. Later dat jaar zou de werknemer zijn AOW gerechtigde leeftijd bereiken. ESD wilde hieraan meewerken zonder betaling van de transitievergoeding. Er kwam blijkbaar geen overeenstemming, want het dienstverband eindigde vanwege de AOW gerechtigde leeftijd. Na de Xella uitspraak van 2019 werd ESD aansprakelijk gehouden voor een schadevergoeding ter grote van de transitievergoeding. ESD had immers niet meegewerkt aan een verzoek tot beëindiging van het dienstverband. ESD heeft aansprakelijkheid afgewezen.

Kantonrechter een gerechtshof

De kantonrechter en het gerechtshof wezen de aansprakelijkheid en schadevergoeding af. Met name het Gerechtshof overwoog dat de werkgever niet had gehandeld met de norm van goed werkgeverschap. Immers was de compensatieregeling – om een einde te maken aan slapende dienstverbanden – pas sinds 20 juli 2018 gepubliceerd als wet. De werknemer kon zich niet vinden in deze uitspraak en ging in cassatie bij de Hoge Raad. Een belangrijke reden daarvan was dat de compensatieregeling met terugwerkende kracht werd ingevoerd vanaf 1 juli 2015. Dus met terugwerkende kracht konden werkgevers een compensatie claimen in geval van ontslag wegens langdurige ziekte.

Hoge Raad

De Hoge Raad diende dus te oordelen over de vraag, vanaf wanneer de z.g. Xella norm gold. Vanaf wanneer dienden werkgevers ervan uit te gaan dat er een compensatieregeling zou komen. En vanaf wanneer loopt een werkgever dus het risico van aansprakelijkheid, als hij niet meewerkt? Was dat vanaf indiening van het wetsvoorstel (20 maart 2017), of pas vanaf inwerkingtreding in juli 2018? De Hoge Raad oordeelt:

Bij de omstandigheid dat de Xella-norm berust op een wettelijke aanspraak op compensatie, past het te aanvaarden dat deze norm eerst gold vanaf het moment waarop werkgevers ervan konden uitgaan dat die aanspraak er zou komen. Vanaf dat moment kon van hen redelijkerwijs worden verwacht dat zij hun gedrag daarop afstemden. Hoewel al ruim voordien sprake was van een daartoe strekkend voornemen, was de komst van een wettelijke aanspraak op compensatie pas voldoende zeker met de publicatie van de Wet compensatieregeling transitievergoeding in het Staatsblad, dat wil zeggen op 20 juli 2018. Dat aan de compensatieregeling terugwerkende kracht is verleend tot 1 juli 2015 maakt dit niet anders. Daarmee heeft de wetgever niet anders voor ogen gehad dan dat ook werkgevers die voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet compensatieregeling transitievergoeding een (transitie)vergoeding hebben betaald, voor compensatie in aanmerking kunnen komen.

Conclusie ESD beschikking?

Wat is de les van deze uitspraak van de Hoge Raad. Die laat zich als volgt samenvatten:

  • Werkgevers zijn alleen vanaf 20 juli 2018 gehouden om mee te werken aan de beëindiging van een dienstverband na einde wachttijd (na langdurige ziekte), middels een vaststellingsovereenkomst.
  • Werkt een werkgever niet mee, zonder goede reden, aan die beëindiging, dan kan de werknemer een schadevergoeding claimen ter grote van de transitievergoeding (en die schadevergoeding wordt niet gecompenseerd).
  • Die aansprakelijkheid voor deze schadevergoeding is er niet, als het verzoek van de werknemer werd gedaan voor 20 juli 2018.

Kortom, vroeg een medewerker om een beëindiging (en transitievergoeding) in (bijvoorbeeld) 2017 en weigerde werkgever om mee te werken? Dan is de werkgever niet aansprakelijk. Maar wat als de werknemer na 20 juli 2018 opnieuw vraagt om medewerking aan beëindiging van het dienstverband? Daarvoor is de Ammega beschikking relevant. In deze tweede uitspraak overweegt de Hoge Raad namelijk:

dat ook werkgevers die de arbeidsovereenkomst voor 1 juli 2015 hadden kunnen opzeggen, gehouden zijn in te stemmen met een voorstel van een werknemer tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst onder toekenning van een vergoeding ter hoogte van de transitievergoedingzij het dat dit geldt voor voorstellen gedaan op of na 20 juli 2018.

Uit de andere (Ammega) beschikking kunnen we dus het volgende samenvatten:

  • Wordt dus gevraagd om medewerking aan beëindiging van het dienstverband op of na 20 juli 2018 dan levert de weigering zonder goede reden aansprakelijkheid op van de werkgever. De werkgever loopt dan het risico van een schadevergoeding ter grote van de transitievergoeding;
  • De medewerking (de Xella norm) geldt ook voor dienstverbanden die al ‘slapend waren’ voor 1 juli 2015.

Vragen?

Vragen of opmerkingen? Neem gerust contact op, of laat een comment achter op onze site.

Categories:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

UBO-register Heijink & Meure advocaten UBO-register afgeschermd
Het UBO-register is afgeschermd sinds 22 november 2022. Tot die tijd waren UBO gegevens publiek