betalingsonmacht en bestuurdersaansprakelijkheid

Een bestuurder van een besloten vennootschap (BV) moet tijdig melding maken van betalingsonmacht aan de Belastingdienst en het bedrijfstakpensioenfonds (BPF). Anders loopt de bestuurder het risico van privé aansprakelijkheid. Maar wat moet er nog gemeld worden als het betrokken BPF al op de hoogte is van de betalingsonmacht?

Dat kwam aan bod in een uitspraak van de Hoge Raad op 24 december 2021. In deze kwestie ging het om een bestuurder van een BV (hierna: “Thuis BV”) die diensten in de thuiszorg aanbood. Thuis BV had haar personeelsadministratie uitbesteed aan een andere BV (hierna: “Pers BV”). Thuis BV betaalde ook premies aan Pers BV, die Pers BV vervolgens afdroeg aan de juiste instantie, zoals het BPF. Pers BV heeft daarbij fouten gemaakt. Als gevolg daarvan diende Thuis BV bepaalde kosten (waaronder fiscale en pensioenpremies) tweemaal te betalen. En tot overmaat van ramp was Pers BV failliet gegaan.

Hoewel de uitspraak deze details niet meldt, ligt het voor de hand dat er niets op Pers BV te verhalen was. Thuis BV kreeg betalingsproblemen en heeft geprobeerd die schulden te saneren. Onder andere het BPF ging akkoord met een crediteurenakkoord (een schuldenregeling). Bij het aanbieden van de schuldenregeling aan het BPF heeft Thuis BV uitgelegd hoe de problemen waren ontstaan. Dit speelde zich af in de periode tot december 2012. In die periode is regelmatig contact geweest met het BPF over de financiele problemen. Ook deed het BPF een boekenonderzoek bij Thuis BV. Kortom, het BPF wist hoe de (financiële) situatie was.

In de jaren 2013 t/m 2015 stuurde het BPF nieuwe aanslagen van ruim 8 ton. Deze aanslagen werden niet betaald. Voor deze nieuwe aanslagen werd geen (nieuwe) melding van betalingsonmacht gedaan aan het BPF. Het BPF hield de bestuurder van Thuis BV vervolgens ook (privé) aansprakelijk voor de premieschulden. Kort daarna (medio juli 2016) ging Thuis BV failliet.

Het BPF claimt dat de bestuurder de premieschulden dient te voldoen. De bestuurder heeft zich daartegen verzet bij de rechtbank en het gerechtshof. Zowel de rechtbank als het gerechtshof wezen het verzet van de bestuurder af. Kortom, de bestuurder diende ruim 8 ton op te hoesten. De bestuurder heeft vervolgens cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad zet in zijn uitspraak uiteen wanneer en hoe een bestuurder betalingsonmacht dient te melden. Het komt erop neer dat er voldoende informatie wordt verstrekt, zodat het BPF zich een redelijk oordeel kan vormen over de betalingsonmacht en de oorzaken daarvan. Vervolgens is het aan het BPF om zo nodig nog meer informatie op te vragen.

Vervolgens overweegt de Hoge Raad wanneer een melding van betalingsonmacht achterwege kan blijven:

“... indien het bedrijfstakpensioenfonds tijdig op andere wijze dan door middel van een melding van betalingsonmacht op de hoogte is geraakt van de betalingsonmacht … en, … op basis daarvan in staat is zich een redelijk oordeel te vormen over de oorzaken van de betalingsonmacht en zich te beraden op de opstelling die het ten aanzien van de rechtspersoon zal innemen. Indien tijdig een melding van betalingsonmacht is gedaan dan wel bij het bedrijfstakpensioenfonds de wetenschap aanwezig is … behoeft ook voor volgende tijdvakken geen melding van betalingsonmacht te worden gedaan zolang nog sprake is van een betalingsachterstand, tenzij het bedrijfstakpensioenfonds de rechtspersoon na ontvangst van een betaling schriftelijk laat weten de betalingsonmacht niet langer aanwezig te achten.

De Hoge Raad vond de uitspraak van het gerechtshof onterecht. Het BPF had immers de nodige informatie verkregen en n.b. zelf boekenonderzoek gedaan. Om die reden werd de uitspraak van het gerechtshof vernietigd en doorverwezen naar een ander gerechtshof. Deze zal nu alsnog een oordeel moeten vellen over het lot van de bestuurder.

Hoe dan ook. Bent u bestuurder van een rechtspersoon (zoals een BV of stichting)? Kan de rechtspersoon de pensioenschulden aan een BPF niet (of niet op tijd) voldoen?

  • Maak dan zonder vertraging melding van betalingsonmacht bij het BPF (volgens de huidige regeling [6-1-2022] uiterlijk 14 dagen nadat de premies dienen te zijn voldaan).
  • Geef het BPF bij de melding voldoende informatie over de betalingsonmacht en de achtergronden daarvan.
  • Worden er gaandeweg nieuwe nota’s opgelegd, neem dan geen risico en meldt ook daarvan betalingsonmacht.
  • Kunnen ook volgende nota’s waarschijnlijk niet betaald worden? Maak daarvan dan ook direct melding.

Hoewel de uitspraak de regeling van melding van betalingsonmacht wat versoepelt is het opletten geblazen. Vanuit het perspectief van een bestuurder is het beter om een melding teveel te doen, dan een melding te weinig.

Heeft u vragen n.a.v. dit artikel? Neem gerust contact op.

Categories:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Heijink en meure advocaten Conservatoir beslag leggen
Stel je hebt een vonnis en de debiteur is veroordeeld tot betaling, dan kan je