AVG en beroepsgeheim

Hoever reikt het beroepsgeheim binnen de advocatuur? Die vraag kwam aan de orde in een rechtszaak bij het Gerechtshof Den Haag

Met een beroep op de AVG probeerde een voormalig adviseur van een overheidsinstantie via de rechter een kopie te krijgen van alle hem betreffende persoonsgegevens. Daarbij werd vrij gedetailleerd gevraagd om een kopie van alle verwerkingen van persoonsgegevens van de persoon in kwestie. Die gegevens zouden (mogelijk) verwerkt zijn i.v.m. advisering bij kwesties waarbij deze persoon een rol gespeeld had. 

Feiten

De betrokken voormalig adviseur van een overheidsinstantie heeft medio 2018 aangekondigd melding te doen van misstanden bij het Huis voor Klokkenluiders. Medio mei 2019 zijn nieuw meldingen gedaan door de voormalig adviseur. Medio juli 2019 is de voormalig adviseur (na voorafgaande schorsing) ontslagen.

Daarop heeft de voormalig adviseur op grond van de AVG verzocht om kopieën van alle persoonsgegevens die het advocatenkantoor van hem verwerkte.  Middels brief liet de data protection officer van het betrokken advocatenkantoor weten dat geen mededeling kon worden gedaan i.v.m. het beroepsgeheim in de advocatuur.  Ook op latere verzoeken is afwijzend gereageerd, verwijzend naar het beroepsgeheim. 

Verloop bij rechtbank

Daarop stapt de voormalig adviseur naar de rechtbank. Bij de rechtbank verzoekt de voormalig adviseur niet alleen om een kopie van de verwerkte persoonsgegevens. Er wordt ook verzocht om het advocatenkantoor te verplichten om meldingen te doen bij de Autoriteit Persoonsgegevens en aan de voormalig adviseur van inbreuken. Daarbij werd gedoeld op inbreuken i.v.m. de persoonsgegevens van de voormalig adviseur. 

De rechtbank oordeelde dat het inzagerecht uit hoofde van de AVG niet ongelimiteerd is. Het beroepsgeheim van (de advocaten van) het advocatenkantoor houdt een beperking in van het inzagerecht. Het advocatenkantoor is niet gehouden om meer informatie aan de voormalig adviseur te verstrekken dan zij al had gedaan. Daarnaast heeft de rechtbank overwogen dat niet is vast te stellen dat inbreuken zouden hebben plaatsgevonden. De rechtbank heeft het verzoek afgewezen.

Hoger beroep bij Gerechtshof

Ook in hoger beroep is het verzoek afgewezen door het Gerechtshof Den Haag. Het argument dat de voormalig adviseur misbruik van zijn recht op inzage maakte werd verworpen. Dat argument werd opgevoerd, omdat de voormalig adviseur bewijs aan het garen zou zijn voor de verwijten die hij maakte aan (medewerkers van) het Huis voor Klokkenluiders. Maar de voormalig adviseur had in de procedure ook aangegeven dat hij onderzocht of zijn persoonsgegevens rechtmatig werden verwerkt. Dat laatste is een legitiem recht op grond van de AVG. Daarom werd het verzoek niet gezien als misbruik van het recht op inzage.  Toch maakt het uiteindelijk niet uit voor de voormalig adviseur. Het Gerechtshof Den Haag wijst ook in hoger beroep het verzoek af i.v.m. het beroepsgeheim binnen de advocatuur. 

Slotsom

Het inzagerecht kan dus niet worden gebruikt indien dat strijdig is met het beroepsgeheim binnen de advocatuur.

Meet weten over actualiteiten rondom AVG en privacy? Kijk dan regelmatig in ons blog op www.heijinkenmeure.nl/privacy.

Categories:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Heijink en meure advocaten Conservatoir beslag leggen
Stel je hebt een vonnis en de debiteur is veroordeeld tot betaling, dan kan je