aanzegvergoeding en aanzegplicht

Stel je wil de arbeidsovereenkomst met een tijdelijke werknemer niet verlengen. Je meldt het tijdig maar niet schriftelijk. Ben je dan altijd een aanzegvergoeding verschuldigd?

verzachtende omstandigheden

En wat als de werknemer aansluitend ander werk vindt? Is er dan ook een aanzegvergoeding verschuldigd? De werknemer wist immers tijdig dat niet werd verlengd en nadeel voor de werknemer is er niet; de werknemer heeft aansluitend ander werk gevonden. Dat was het onderwerp van een uitspraak van de Hoge Raad van 7 oktober 2022.

Wat was er gebeurd?

De werknemer was in in deze kwestie in dienst gekomen op 1 mei 2019, tot 1 december 2019. Op 30 oktober 2019 liet de directeur weten in een gesprek dat het contract niet werd verlengd. Per 1 december 2019 vond de werknemer een baan elders. Hoe zit het dan met de aanzegplicht en aanzegvergoeding?

kantonrechter en gerechtshof

De werknemer claimt bij de kantonrechter een aanzegvergoeding van een maandsalaris. De werkgever verweert zich. Want de werkgever vindt de aanzegvergoeding onredelijk. De werknemer wist immers tijdig van de niet – verlenging. Nadeel was er niet. De werknemer vond aansluitend ander werk. De kantonrechter heeft de aanzegvergoeding afgewezen.

Het gerechtshof oordeelt in hoger beroep anders over de aanzegvergoeding. “Goed werkgeverschap” betekent volgens de wet een schriftelijke aanzegging. Dus, bij niet naleving van de aanzegplicht, is het gevolg dat een aanzegvergoeding moet worden betaald. De werkgever dient de aanzegvergoeding dus te betalen. De werkgever gaat in cassatie bij de Hoge Raad.

Hoge Raad

De regeling van de aanzegplicht is dwingend recht. De regeling is bedoeld ter versterking van de positie van de werknemer. Door deze regel weet de werknemer tijdig of de werkgever het contract voortzet (of niet). De Hoge Raad oordeelt dat het opzij zetten van een wettelijke regel niet zomaar kan. De wetgever heeft met deze regel al een belangenafweging gemaakt. De rechter moet dan terughoudend zijn. ook al pakt een regel onredelijk of onbillijk uit. De rechter kan de wettelijke regel alleen in uitzonderlijke gevallen opzij zetten.

De aanzegvergoeding is een prikkel tot naleving van de wettelijke regel. De Hoge Raad oordeelt:

Met dat karakter strookt om aan te nemen dat de aanzegvergoeding steeds verschuldigd is bij niet-inachtneming van de schriftelijkheidseis, ook indien voor de werknemer langs andere weg duidelijk was dat de arbeidsovereenkomst niet zou worden voortgezet of de werknemer geen nadeel heeft geleden door het niet naleven van de schriftelijkheidseis.

Conclusie

De aanzegvergoeding is geïntroduceerd met de Wet Werk en Zekerheid in 2015. Een van de doelen van de WWZ was het ontslagrecht sneller, eenvoudiger en goedkoper maken. In de praktijk pakt dat dus duidelijk anders uit. Het ontslagrecht is alle behalve goedkoop.

Meer weten of vragen over arbeidsrecht? Neem contact op met onze specialisten.

Categories:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

UBO-register Heijink & Meure advocaten UBO-register afgeschermd
Het UBO-register is afgeschermd sinds 22 november 2022. Tot die tijd waren UBO gegevens publiek